Pensioenhervorming: het plan van de minister - AG Employee Benefits

Uw cookies zijn uitgeschakeld. Schakel uw cookies a.u.b. aan om uw voorkeuren op te slaan.

We gebruiken cookies om: klantenervaring te optimaliseren, gepersonaliseerde informatie te bezorgen en het delen van info op sociale media mogelijk te maken. De toestemming die u geeft door op 'Akkoord' te klikken geldt voor alle websites van AG Insurance. Lees ook ons cookiebeleid en onze privacyverklaring.

Meer weten
 Karine Lalieux, minister van Pensioenen, geeft uitleg bij de geplande hervormingen i.k.v. de eerste en de tweede pensioenpijler

Gepubliceerd op 24/02/2021

DELEN

Pensioenhervorming centraal in regeerakkoord

Welke pensioenhervormingen wil de regering doorvoeren in de eerste en tweede pijler? Wat zijn de mogelijke gevolgen voor u en voor uw werknemers? In een exclusief interview met AG gaat minister van Pensioenen Karine Lalieux dieper in op de nieuwe maatregelen en onderzoekt ze de mogelijke pistes bij haar missie.


Welke hervormingen wil u doorvoeren in de eerste pensioenpijler?​

Ik werk eigenlijk met verschillende ‘bakens’. Het eerste is natuurlijk het nieuwe regeerakkoord. Daarin staan een reeks maatregelen waarvan we werk gaan maken, zoals de versterking van de eerste pensioenpijler. Dat moet gebeuren omdat het hier gaat over solidariteit tussen de generaties, en omdat die eerste pijler de grondslag vormt van ons pensioenbeleid.​

Het tweede baken is het sociaal overleg. Zonder dat overleg zullen goede hervormingen niet lukken.​ Deze pensioenhervorming zal ook steunen op de bescherming van de opgebouwde rechten. In het verleden was er een totale vertrouwensbreuk met de sociale partners en de bevolking. Dat vertrouwen wil ik herstellen. ​

Kan u even toelichten hoe de geplande hervormingen in de eerste pensioenpijler precies gefinancierd zullen worden?​

De financiering van de pensioenen was een prioriteit in het regeerakkoord. Dat leidde enerzijds tot een budget van twee miljard euro voor de laagste uitkeringen en de pensioenen, en anderzijds tot nog eens twee miljard euro voor de gezondheidszorg.
Deze keuze valt niet meer te betwisten, omdat dit budget via de programmawet gewaarborgd is tot in 2024. ​​

Bovendien, zo staat in het regeerakkoord, hebben we ook de welzijnsenveloppe. Daarmee zullen de minimumpensioenen tussen 1,7 en 2% stijgen. Deze hervormingen zullen gefinancierd worden met de welzijnsenveloppe en met het budget dat in het kader van het regeerakkoord is vrijgemaakt. ​

Bij de hervormingen die u wil doorvoeren in de eerste pensioenpijler, legt u vaak de nadruk op de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen. Welke ongelijkheden bedoelt u dan?​

De rode draad in mijn hervormingsbeleid is onder meer dat ik de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen zo klein mogelijk probeer te houden als het over hun pensioen gaat. We weten dat mensen soms, al dan niet vrijwillig, overschakelen op deeltijds werk. Het is fout om te zeggen dat al wie deeltijds werkt, daar bewust voor gekozen heeft. Vaak zijn het overigens vrouwen die voor die keuze staan. Velen van hen nemen loopbaanonderbreking om bijvoorbeeld voor hun kinderen te zorgen. Maar beseffen zij dat deze beslissing zwaar zal wegen op het bedrag van hun pensioen? Ik twijfel eraan. ​

Concreet werk ik aan de pensioensplit, die in het regeerakkoord staat. Het doel van deze maatregel is het verankeren van een zekere solidariteit op het vlak van het pensioen, wanneer een koppel gaat scheiden of een van de partners een bepaalde loopbaankeuze maakt. Deze pensioensplit wordt het belangrijkste begrip in de hervorming.​

Wanneer moeten die hervormingen een feit zijn?
​​

De hervorming rond de verhoging van het minimumpensioen is al een feit, en daar ben ik blij mee. Voorts maken we nu een sociale en economische crisis door, dus zal er geen big bang zijn. We werken aan onze bakens, maar dat vraagt tijd om de juiste beslissingen te nemen. Frankrijk en Duitsland zijn ook niet van plan om alles in één keer te veranderen. Ik denk dat stapsgewijs vooruitgaan, en het regeerakkoord volgen, nuttiger en interessanter is in ons sociale overlegmodel. ​​ 

Welke hervormingen wil u doorvoeren in de tweede pensioenpijler?​​​

Volgens mij is de eerste pijler fundamenteler dan de tweede, omdat die laatste een aanvulling vormt. Het is niet met een tweede pijler dat de mensen in alle zekerheid zullen kunnen leven.​

Steeds meer werknemers betalen bijdragen voor een tweede pijler, wat een paar vragen doet rijzen. Volgens mij moet een tweede pijler integer, efficiënt, duurzaam, transparant en rechtvaardig zijn. Ik wil dat de tweede pijler billijk verdeeld is. Het kan niet dat de Staat zoveel geld steekt in een tweede pijler, en dat een heel grote groep bijna niets krijgt, terwijl een heel kleine groep die tweede pijler gebruikt om minder belastingen te betalen. Dat is geen aanvaardbare situatie.

Hoe denkt u die billijke verdeling te kunnen waarborgen?

De komende maanden zullen de sociale partners bekijken hoe er meer solidariteit kan komen in het kader van deze tweede pijler.

Ik denk bijvoorbeeld aan het stoppen met de vrijstelling van sociale bijdragen die hoger zijn dan de maximumpensioenen. Er moeten oplossingen komen om die tweede pijler op een andere manier te benutten. Voor de kleine pensioenen, en dat staat in het regeerakkoord, moeten we bepalen hoe we de minimumbijdrage op 3% kunnen brengen.

En net de harmonisering en veralgemening van de bijdrage tot 3% lijkt vandaag voor spanningen te zorgen. Hoe garanderen we die bijdrage van 3%?

De situatie is niet ideaal, maar met het regeerakkoord ben ik ervan overtuigd dat er snel een einde zal komen aan de spanning. ​Ik verzeker u dat er pistes op tafel liggen, maar het zijn de sociale partners die hun mening moeten geven over deze bijdrage van 3%. Is 2021 het geschikte moment om daarmee verder te gaan? Ik wil mij alleszins achter die doelstelling scharen.​​

De regering wil de verzekeringsmaatschappijen en de pensioenfondsen aanmoedigen om de reserves van de tweede pijler te investeren in de Belgische economie. Wat moet er gebeuren om dat geld in onze economie te investeren?

Ik had het er al over met Assuralia: wij willen inderdaad verantwoorde investeringen in de reële economie, maar voorzichtigheid blijft geboden. Transparantie is hier van essentieel belang: we mogen niet aanvaarden dat het geld van de werknemers wordt geïnvesteerd in domeinen die de gezondheid schaden of in strijd zijn met onze sociale waarden. Het spreekt voor zich dat we bijvoorbeeld projecten rond hernieuwbare energie zullen verkiezen boven fossiele brandstoffen .Voor het vertrouwen van de burger is het belangrijk dat we duidelijk zeggen waar onze investeringen naartoe gaan.​

In het regeerakkoord is sprake van een verlichting van de administratie als het over de tweede pensioenpijler gaat. Hoe denkt u de kosten te verlagen?

Ik reken op de medewerking van de​ FSMA om te onderzoeken hoe we de administratieve kosten kunnen verminderen bij de tweede en de derde pensioenpijler. 

Maar ik ben niet naïef, die kosten liggen ook aan de complexiteit van ons pensioensysteem. De sociale partners zijn daar voortdurend mee bezig. Wij van onze kant spannen ons in om de wetgeving over de aanvullende pensioenen te vereenvoudigen. ​

Weet u al welke punten van de wetgeving eenvoudiger zouden kunnen?

Via een objectieve analyse van de wetten zullen we alle nutteloze zaken eruit proberen te halen. Daarom heb ik aan SIGEDIS gevraagd om te werken aan een vereenvoudiging van de wetgeving en een digitalisering en meer doorgedreven automatisering van de procedures. De administratieve kosten zullen dan drastisch omlaag gaan. Het gaat nog maar eens om een gezamenlijke inspanning. ​

Tot slot, zal u al die projecten rond de pensioenen kunnen realiseren tijdens uw driejarige mandaat?​

Ik zei al dat er geen big bang komt. Ik ga echter tot het uiterste om al hervormingen door te voeren tijdens deze legislatuur, omdat het regeerakkoord dat vraagt. Dus zetten we nu al de pistes in gang om de hervormingen van 2024 tot 2030 in de praktijk te brengen. We kunnen niet alles tegen 2024 klaar hebben, dat zou knoeiwerk zijn en tot spanningen leiden. Onze bedoeling is dus om stimulansen te geven, zodat deze hervormingen er geleidelijk kunnen komen. En altijd volgens de logica van het sociaal overleg.​

Op 24/02/2021 berichtte de Vlaamse pers dat minister van Pensioenen Karine Lalieux wil dat wie recht heeft op een aanvullend pensioen bijdraagt aan de verhoging van het minimumpensioen. We hebben contact opgenomen met het kantoor van de minister en zij ontkent deze informatie. “De verhoging van het minimumpensioen en de pensioenhervorming rond de tweede pijler zijn geen communicerende vaten: het ene wordt niet door de andere gefinancierd. Daar dring ik op aan.” 

Lees onze andere interviews: 


Wie is Karine Lalieux? 

  • Geboren op 4 mei 1964 in Anderlecht;​
  • Studeerde criminologie aan de Université Libre de Bruxelles. Zij was er vervolgens meer dan tien jaar docente;
  • Schepen ​in Brussel-Stad tot in november 2018, waarna ze op 5 december van datzelfde jaar OCMW-voorzitster werd van Brussel-Stad;
  • Minister van Pensioenen en Maatschappelijke Integratie, belast met Personen met een handicap, Armoedebestrijding en Beliris, sinds 1 oktober 2020;
  • Website
  • LinkedIn​