Pensioen 2021: interview met Jean Hindriks - AG Employee Benefits

Uw cookies zijn uitgeschakeld. Schakel uw cookies a.u.b. aan om uw voorkeuren op te slaan.

We gebruiken cookies om: klantenervaring te optimaliseren, gepersonaliseerde informatie te bezorgen en het delen van info op sociale media mogelijk te maken. De toestemming die u geeft door op 'Akkoord' te klikken geldt voor alle websites van AG Insurance. Lees ook ons cookiebeleid en onze privacyverklaring.

Meer weten
Jean Hindriks licht de huidige situatie van de pensioenen in België toe.

Gepubliceerd op 21/01/2021

DELEN

Wat kan u in 2021 verwachten voor uw pensioen en dat van uw werknemers?

De pandemie heeft de volledige economie dooreengeschud en onze medeburgers met vele onzekerheden opgezadeld, onder meer over de pensioenen. We praatten met Jean Hindriks, voorzitter van de Economics School of Louvain en lid van de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040. Hij geeft een stand van zaken en belicht de toekomstige pistes voor het wettelijk pensioen.

Wat is de huidige situatie van de wettelijke pensioenen in België? Kan u dit vrij technische onderwerp verduidelijken?

Voordat de COVID-19-crisis in België toesloeg, schreef ik al een nota waarvan de titel niets aan duidelijkheid te wensen overliet: 'Pensioenzekerheid of pensioenchaos: naar een individuele pensioenrekening'.

Ons land verkeert in een noodtoestand. Het is een structureel probleem omdat de vergrijzing aan het versnellen is, wat betekent dat een groot deel van de beroepsbevolking met pensioen gaat. Ik kan u dus al zeggen dat we midden in een 'pensioenschok' zitten en dat die schok zich nu voor onze ogen voltrekt.

Wat zijn die structurele problemen voor de Belgische pensioenen? 

Uiteindelijk is het heel eenvoudig. We hoeven maar de huidige toestand van de pensioenen in België te analyseren. De pensioenuitgaven stijgen twee keer sneller dan het bruto binnenlands product en de socialezekerheidsbijdragen. Gemiddeld nemen de pensioenuitgaven met 6% per jaar toe.

Dat betekent dat de jaarlijkse kostprijs van de pensioenen in tien jaar met meer dan 15 miljard euro is gestegen. Van dat bedrag komt 11 miljard – drie vierde! – voor rekening van de herwaardering van de pensioenen en 4 miljard van de toename van het aantal gepensioneerden.

Samengevat zullen de pensioenuitgaven blijven stijgen als gevolg van 3 structurele factorende pensioenen worden geherwaardeerd, er zijn almaar meer gepensioneerden en de levensverwachting blijft stijgen.Ik heb de indruk dat onze leiders nog niet begrijpen wat er aan het gebeuren is. Ik hoor vaak 2040 noemen als streefdatum, maar dan is het te laat. Abstracte data hebben weinig zin: we moeten nu meteen handelen.

Welke oplossingen liggen bij de regering op tafel om die structurele gebreken te verhelpen?
 
Het huidige voorstel om het minimumpensioen met 22% te verhogen voor meer dan 700.000 rechthebbenden, is niet geloofwaardig. Zoals we bij het begin van het gesprek al opmerkten, zitten we namelijk met een enorm structureel tekort. Het zijn ongeloofwaardige beloften omdat ze eenvoudigweg niet te betalen zijn. 

Een verhoging van het wettelijk pensioen maakt het opbouwen van een aanvullend pensioen minder aantrekkelijk. Men mikt dus op de eerste pensioenpijler die is blootgesteld aan de vergrijzing en het politieke risico. De regering kan immers naar eigen goeddunken zowel de toegang tot het wettelijk pensioen als het niveau ervan wijzigen. De toekomst van onze pensioenen wordt zo een politieke loterij.

Als we die richting uitgaan, is het onze plicht om onze werknemers en onze jongeren in te lichten over hoe we dit gaan financieren. De regeringsstrategie is duidelijk, maar de financiering blijft een groot vraagteken. 
Volgens mij is dat vandaag de grote uitdaging. De regering heeft nog met geen woord gerept over deze financieringskwestie. Dat zou dan ook mijn eerste vraag zijn voor de nieuwe minister. Ik ben misschien wat streng, maar er is geen tijd meer voor politieke retoriek.

We maken een ernstige economische crisis door. We moeten investeren in de gezondheidszorg, maar ook in het economische herstel. Hoe gaan we dan pensioenuitgaven betalen die structureel stijgen met 6% op jaarbasis?


“De pensioenuitgaven zullen blijven stijgen als gevolg van structurele problemen” 

De vorige legislatuur wilde dat de Belgen tegen 2030 tot 67 jaar zouden blijven werken. Zal de nieuwe minister van Pensioenen op die weg verdergaan? Kan deze oplossing de pensioenen van onze landgenoten 'redden'?

 
Ik vind deze oplossing weer vrij hypothetisch. Ze schuift de structurele problemen van ons pensioensysteem verder door naar 2025 (66 jaar) en 2030 (67 jaar). Het zijn toekomstbeloften, maar er moet nu worden opgetreden. Wat me boos maakt, is dat de regering over een verhoging van de pensioenleeftijd spreekt, maar tegelijkertijd de maatregelen schrapt die de Belgen aanmoedigen om langer te werken. 

Ik doel op de afschaffing van de pensioenbonus en op alle eindeloopbaanmaatregelen die mensen aansporen om vervroegd met pensioen te gaan in plaats van te blijven werken. Mensen zijn rationeel en grijpen dus de kans om voortijdig te vertrekken zonder dat ze er nadeel van ondervinden. 

De Belgen gaan dus met pensioen zodra dat mogelijk is, zonder noemenswaardige gevolgen voor hun wettelijk pensioen.

Wat is het advies van de Academische Raad van Pensioenen, waarvan u deel uitmaakt, om het evenwicht in het pensioensysteem te herstellen?

Het voorstel van de Academische Raad van Pensioenen is heel eenvoudig: opnieuw de maatregelen invoeren die de Belgen aanmoedigen om langer te werken. Concreet moeten we terug naar het bonus-malussysteem.

Daarvoor moeten mensen langer willen en kunnen werken. Hoe? 'Willen', door lange loopbanen te belonen met een bonus en vervroegd pensioen te ontraden met een malus. 'Kunnen', door het opleidings- en omscholingsaanbod aan het einde van de loopbaan te verbeteren. De anciënniteitspremie is nefast voor het loopbaaneinde en moet worden afgeschaft. De Scandinavische landen deden dat al en hebben nu de beste werkgelegenheidsgraad van 55-plussers in Europa.
 
De nieuwe minister van Pensioenen plant een hervorming tegen september 2021. In het volgende regeerakkoord is er sprake van de wettelijke minimumpensioenen te verhogen tot 1.500 euro netto. Hoe ziet u dat? 
 
Afgezien van het wettelijke minimumpensioen van 1.500 euro zie ik niets wereldschokkends. Het komt altijd op hetzelfde neer: hoe zal men dat betalen? 
Volgens mij is de pensioenhervorming op korte termijn haalbaar omdat we niet met een blanco blad beginnen. Waarom de individuele pensioenrekening niet invoeren? Dat is een geloofwaardig en billijk alternatief voor het pensioen met punten. Op uw smartphone zou u naast het saldo van uw aanvullend pensioen ook het saldo van uw wettelijk pensioen zien. Dat geeft de Belgen vertrouwen en een beter zicht op hun pensioenrechten. Het zou een mooie hervorming zijn, omdat ze veranderingen in de pensioenrechten traceerbaar maakt en de werknemers een zekere garantie geeft.
 
Met de Academische Pensioencommissie hebben wij twee aspecten benadrukt: de toegang tot het wettelijke minimumpensioen en het niveau ervan. 
Wist u dat er op dit ogenblik zeven verschillende stelsels zijn voor het minimumpensioen? Ik zal ze hier niet opsommen, maar hoe wil u dat de Belgen er nog iets van begrijpen als er zeven stelsels zijn?

Volgens de Commissie moeten de regelingen voor het minimumpensioen absoluut worden vereenvoudigd en geharmoniseerd. Ze moeten ook beter worden afgestemd op de huidige situatie. Denk maar aan de toegenomen beroepsmobiliteit, gemengde loopbanen, de vervrouwelijking van de arbeidsmarkt, tweeverdieners, nieuw samengestelde gezinnen en de wens om geleidelijk met pensioen te gaan. 


“De pensioenstelsels moeten worden vereenvoudigd en geharmoniseerd om de Belgen weer vertrouwen te geven” 

Wat bedoelt u met de pensioenstelsels harmoniseren? Zijn er bijvoorbeeld grote verschillen tussen een zelfstandige en een ambtenaar?


Er zijn inderdaad moeilijk te rechtvaardigen verschillen tussen stelsels. Een ambtenaar kan recht hebben op een absoluut maximum van 6.283 euro aan wettelijke pensioenen, terwijl dat voor een werknemer en een zelfstandige respectievelijk 2.145 en 1.627 euro bedraagt.

De toegangsvoorwaarden en de berekening van het gewaarborgde minimumpensioen moeten dus absoluut worden gestandaardiseerd. Voor de maximumpensioenen is dezelfde inspanning vereist. 
Want de minimumpensioenen zijn misschien wel duur, maar waarom zouden we de maximumpensioenen niet verlagen? 

Men spreekt altijd maar over het minimum van 1.500 euro, maar dat is duidelijk niet het echte probleem. Zeven pensioenstelsels die complex en niet objectief zijn. Dát is de uitdaging, maar de Belgen zijn zich daar niet van bewust.

Hoe zou u de huidige toestand in België samenvatten als het over de eerste pijler gaat?

Die valt heel eenvoudig samen te vatten met drie trefwoorden
‘Geloofwaardigheid’: de wijze van financiering van de pensioenen in crisistijden verduidelijken, rekening houdend met alle beloftes van herwaardering en het toenemende aantal gepensioneerden.
‘Verwarring’: de pensioenstelsels en de toegangsvoorwaarden moeten worden vereenvoudigd en geharmoniseerd. 
En tot slot ‘vertrouwen’: de burgers garanties voor hun pensioenrechten geven, bijvoorbeeld met de individuele pensioenrekening, die hun rechten traceerbaar maakt en echte garanties in realtime kan bieden.​

​​
Wie is Jean Hindriks? 
  • Voorzitter van de Economics School of Louvain
  • Gewoon hoogleraar Economie UCL
  • Lid van de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040 (maart 2013 - juni 2
  • 5)
  • Lid van de Academische Raad van Pensioenen
  • Belangrijkste publicaties: 'Quel avenir pour nos pensions' (De Boeck 2015) en 'Intermediate Public Economics' (MIT Press 2013)
  • Website
  • ​​LinkedIn​