Interview met Manou Doutrepont rond het eenheidsstatuut. - AG Employee Benefits

Uw cookies zijn uitgeschakeld. Schakel uw cookies a.u.b. aan om uw voorkeuren op te slaan.

We gebruiken cookies om: klantenervaring te optimaliseren, gepersonaliseerde informatie te bezorgen en het delen van info op sociale media mogelijk te maken. De toestemming die u geeft door op 'Akkoord' te klikken geldt voor alle websites van AG Insurance. Lees ook ons cookiebeleid en onze privacyverklaring.

Meer weten
Manou-doutrepont

Gepubliceerd op 24/08/2017

DELEN

Eenheidsstatuut: de mening van Manou Doutrepont


Waar staan we drie jaar na de inwerkingtreding van de kaderwet over het eenheidsstatuut?

Om een antwoord te krijgen op deze – en vele andere – vragen hadden we een ontmoeting met Manou Doutrepont. Hij was directeur sociale zaken bij de Federatie van de Belgische voedingsindustrie (FEVIA) en is momenteel actief als consultant gespecialiseerd in sociaal overleg.


Laten we even terugkomen op de Wet op de Aanvullende Pensioenen (WAP). Het idee erachter was om voor iedereen een aanvullend pensioen te ontwikkelen en zo een zekere gelijkheid te creëren.

Manou Doutrepont: Inderdaad. Met de WAP zorgde minister Vandenbroucke voor een zekere dynamiek in de sectoren, voornamelijk voor de arbeiders. De beperking van de loonnorm* gooide echter roet in het eten. Naast de automatische indexering en de stijging van het cash voordeel dat werknemers verwachten, bleek de marge sinds 2005 steeds te krap om het aanvullend pensioen uit te bouwen. De laatste tien jaar werd de beschikbare marge volledig benut voor het cash voordeel en was er weinig evolutie in de premies.


Wat vindt u van het begrip 'eenheidsstatuut' dat is voorzien in de wet De Croo die dit concept introduceerde?

MD: Ik zou eerder spreken over harmonisatie van aanvullende pensioenen dan over 'eenheidsstatuut'. Harmonisatie is voor mij een ruimer concept dat is begonnen bij de uniformisering van het ontslagrecht en de carensdag.


In de portefeuille van AG Insurance hebben we ervaring met ondernemingen die de harmonisatie hebben doorgevoerd. Wat is uw expertise op dit vlak?

MD: Het harmonisatieproces bestond al vóór de wet en deze heeft het enigszins versneld. Meestal was er sprake van een levelling up die – volgens mij – een concrete maar dure manier is om vooruitgang te boeken. Uiteraard moet deze gebeuren met respect voor de loonnorm.


Wat zegt de balans momenteel?

MD: Het enige wat we vandaag kunnen zeggen, is wat vermeld staat in het verslag van de Nationale Arbeidsraad over de sectorplannen. De conclusie is vrij duidelijk: er beweegt niets. Hoe komt dit? Het gaat om een technisch complexe materie en tegelijkertijd zijn er heel wat gevolgen voor het sociaal overleg. Jammer genoeg heeft niemand een idee over de voortgang van de harmonisatie van de bedrijfsplannen.


Betekent dit dan dat we in een impasse zitten?

MD: Waarschijnlijk. De sociale partners van de sectoren staan voor een enorme uitdaging: ten laatste eind 2023 de harmonisatie verwezenlijken door: 

een antwoord te bieden op de vraag van vakbondsachterban naar een verhoging van de rechtstreekse koopkracht (cash);

de kost van een levelling up in 2025 te vermijden;

de loonnorm te respecteren.

Als er geen antwoord komt op sectorniveau, moet het probleem een oplossing krijgen op het niveau van de onderneming. De werkgever zal dan zowel instaan voor een harmonisatie van de sectorregimes van toepassing in zijn onderneming, als voor de bedrijfsplannen. We zijn nog op zoek naar een oplossing waarbij enerzijds de loonkosten onder controle zijn en anderzijds de sociale vrede bewaard blijft. Tot op heden heeft het interprofessioneel niveau niet geholpen.

We hebben al drie jaar verloren. Er resten ons nog drie fasen van loononderhandelingen. Ik voorspel een totale impasse in 2024. Ofwel vindt de wetgever een oplossing voor het probleem dat hij zelf heeft gecreëerd, door nog meer dan vandaag tussen te komen in de loonvorming, ofwel geeft de Nationale Arbeidsraad blijk van hetzelfde voluntarisme als bij de oplossing van het probleem van de gewaarborgde rentevoet.

 

* De loonnorm wordt om de twee jaar vastgelegd en bepaalt de marge voor de verhoging van de loonkosten.