Wat is impact van VAPW voor werkgever? - AG Employee Benefits

Uw cookies zijn uitgeschakeld. Schakel uw cookies a.u.b. aan om uw voorkeuren op te slaan.

We gebruiken cookies om: klantenervaring te optimaliseren, gepersonaliseerde informatie te bezorgen en het delen van info op sociale media mogelijk te maken. De toestemming die u geeft door op 'Akkoord' te klikken geldt voor alle websites van AG Insurance. Lees ook ons cookiebeleid en onze privacyverklaring.

Meer weten
people doing high five under arch

Gepubliceerd op 30/11/2018

DELEN

Zo bouwen uw werknemers voortaan meer aanvullend pensioen op

Het pensioen in België is opgebouwd rond 3 belangrijke pijlers:

  • 1e pijler: een wettelijk pensioen via de overheid 

  • 2e pijler: een aanvullend pensioen via de werkgever  

  • 3e pijler: een ​​​individueel aanvullend pensioen

75% van de werknemers heeft momenteel een aanvullend pensioen via zijn werkgever, soms uitgebreid, soms eerder beperkt. De overheid wil nu dat álle loontrekkenden de mogelijkheid hebben om vrijwillig een aanvullend pensioen van de tweede pijler op te bouwen via inhoudingen op het loon, uitgevoerd door de werkgever. Ze introduceert daarvoor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Werknemers of VAPW. 

  

Dit is het basisprincipe

Het VAPW is weggelegd voor loontrekkenden die momenteel geen of een heel beperkt aanvullend pensioen opbouwen via hun onderneming of hun sector.
Concreet kan een werknemer aan zijn werkgever vragen om een bedrag van zijn nettoloon in te houden en te storten in een VAPW-contract. De werknemer kan echter niet onbeperkt storten in dit VAPW-contract.

De maximale VAPW-premie houdt rekening met een plafondbedrag van 3% van het referentieloon (of 1.600 euro als 3% van het referentieloon lager is dan dit bedrag). Het referentieloon wordt berekend op basis van de totale brutoverloning onderworpen aan sociale-zekerheidsbijdragen, die de werknemer kreeg het tweede jaar voorafgaand aan de pensioenopbouw.  Hiervan moeten dan nog de aanvullende pensioenrechten afgetrokken worden die hij al heeft opgebouwd tijdens de referentieperiode.

Een werknemer van wie het opgebouwde aanvullend pensioen via de werkgever al het plafondbedrag van 3% of 1.600 euro overschrijdt zal dus geen VAPW-storting meer kunnen doen.

   
 

Een voorbeeld maakt alles duidelijk

Stel

  • Referentieloon S op 1/1/2017 = 50.000 EUR
  • Reserves op 1/1/2017 = 25.000 EUR
  • Reserves op 1/1/2018 = 26.000 EUR
  • Gemiddelde intrestvoet over laatste 6 kalenderjaren, voorafgaand aan jaar van opbouw van de OLO’s op 10 jaar: 1%

⇒ Bijdrage VAPW

  • 3%S = 3% x 50.000 EUR = 1.500 EUR,
    maar 3%S < 1.600 EUR → forfaitaire bijdrage = 1.600 EUR
  • Rendementsgezuiverde WAP-reserve aangroei tijdens referentiejaar
    = 26.000 – (25.000 x 1,01) = 750 EUR
  • Maximale bijdrage VAPW = 1.600 EUR – 750 EUR = 850 EUR


 

Fiscaliteit

Hieronder vindt u een overzicht van de fiscale behandeling van het VAPW (2e pijler) en het individueel aanvullend pensioen (3e pijler). Voor het VAPW is dezelfde fiscaliteit van toepassing als voor een persoonlijke bijdrage in een collectief aanvullend pensioenplan. 

De fiscaliteit van pensioensparen en langetermijnsparen (3e pijler) is fiscaal iets aantrekkelijker. Momenteel doet zo’n 65% van de Belgen aan pensioensparen.

   
 tabel fiscaliteit vapw

* 30% indien de storting maximaal 960 EUR bedraagt, 25% op de volledige storting indien die tussen 960 EUR en 1.230 EUR ligt. 


 

Initiatief van de werknemer

De werknemer bepaalt zelf:

  • of hij überhaupt (extra) aanvullend pensioen wil opbouwen via een VAPW,
  • hoeveel u daarvoor mag inhouden op zijn nettoloon (rekening houdend met de limieten),
  • via welke oplossing – tak 21 of tak 23 – hij aanvullend pensioen wil opbouwen.
  • bij welke pensioeninstelling hij een VAPW-contract onderschrijft. Hij bezorgt u een VAPW-attest en de contact- en bankgegevens van de pensioeninstelling.

Werknemers moeten u minstens 2 maanden op voorhand laten weten wat er moet gebeuren voor hun VAPW. Voor wijzigingen of stopzetting – maximaal 2 per kalenderjaar – van de bijdragen dienen ze dezelfde termijn van 2 maanden te respecteren.


 

Administratie voor de werkgever

Zoals u ziet, brengt het VAPW wel wat extra administratie mee voor uw HR-organisatie. U moet niet alleen de individuele keuzes van uw werknemers bijhouden en aanpassen, maar ook de VAPW-loonafhoudingen doorstorten aan de pensioeninstelling van hun keuze.


 

Extra administratieve rompslomp vermijden?

Ziet u op tegen deze extra werklast? Met een bijdrage van minstens 3% in uw eigen aanvullend pensioenplan kan u het vermijden. De aanpassing van uw plan in die zin kan bovendien een eerste stap betekenen naar de harmonisering tussen arbeiders- en bediendenstatuut in uw bedrijf voor wat de aanvullende pensioenen betreft.

Wenst u meer info over dit onderwerp? Contacteer dan uw gebruikelijke contactpersoon bij AG Employee Benefits, of vul het contactformulier in.